Dader onbekend

Plaats Delict - © Fotografie Goert Giltaij
Plaats Delict – © Fotografie Goert Giltaij

Ernstige aanrandingen

Jonge vrouwen zijn het slachtoffer, meestal ’s avonds of ’s nachts. Zowel in het centrum, als in de buitenwijken. Josje, studente psychologie, is als enige bij daglicht aangevallen, ‘s morgens vroeg, tijdens het joggen. Een aantal weken geleden, op een donderdagmorgen. ‘s Middags heeft Josje aangifte gedaan, twee weken daarna is ze in detail gehoord. Later is ze mee geweest naar de plaats delict, om aanwijzingen te geven aan een politiefotograaf.

Opsporing Verzocht

De ervaren zedenrechercheur die de zaak behandelt zit vanaf haar 19e bij de politie. Janneke is begonnen als motoragent, sinds 2010 is ze brigadier bij de recherche. Zeven aanrandingen in vier weken tijd, zeven aangiftes. De maatschappelijke impact in de studentengemeenschap is groot. In overleg met haar team besluit Janneke een compositietekening te laten maken. Op basis van beschrijvingen van het slachtoffer zal een afbeelding ontstaan van de onbekende dader. Die tekening deelt de recherche met de samenleving, in de media, en natuurlijk ook in Opsporing Verzocht. Janneke moet in de discussie met ‘de leiding’ al haar overtuigingskracht aanwenden. Een politietekenaar is duur, softwareprogramma’s zijn veel goedkoper. Vervelend genoeg zijn computertekeningen minder effectief. Ze scoren lager in het opsporingsresultaat. Het lukt Janneke om haar chef te overtuigen.

‘Volle lippen, beetje nattig’

We zitten in de ‘familiekamer’: bankstellen, planten en een flatscreen, speciaal voor dit soort aangifte-sessies ingericht. De recherche probeert het zo min mogelijk op een politiebureau te laten lijken.

De politietekenares – ‘Is hier geen daglicht?’ – wordt steeds minder gevraagd. Leonie maakte vroeger wel veertig tekeningen per jaar, vooral voor Opsporing Verzocht. Deze tekening is haar eerste van 2018. Ze pakt een doos vol met vettige enveloppen en bevraagt Josje aan de hand van foto’s uit tijdschriften. De eerste enveloppe bevat wel dertig knipsels en heeft als opschrift: ‘Buitenlanders, man, 20-25 jaar’. Is die keuze een vooroordeel?

Nee, zo hard is de praktijk nou eenmaal, weet Leonie. Josje – zelf 1 meter 72 lang – weet twee dingen zeker. ‘Hij is van buitenlandse afkomst, en kleiner dan ik.’ Tientallen knipsels worden bekeken. Foto’s die lijken – ‘Ja, die neus klopt wel.’ – belanden op tafel, de rest gaat terug in de envelop. Details komen terug in Josjes herinnering.

‘Jonger dan de man op die foto, denk ik.’

‘Molliger, een rond gezicht, beetje een baby-face. Niet aantrekkelijk.’  

‘Zo’n klein getrimd baardje. Oh sorry, had ik dat dan nog niet gezegd?’

‘Dat haar weet ik niet meer, zwart denk ik, in ieder geval níet kaal.’

‘Volle lippen, beetje nattig.’

‘Gatver.’ Janneke schrikt van zichzelf, het is eruit voor ze het weet.

De aangifte

Later lees ik het proces-verbaal van Josjes aangifte:

Op 5 april 2018 rond 06:30 uur loop ik naar mijn studentenhuis. Bij de poortdeur van de achtertuin zie ik links over mijn schouder ineens een man naast mij staan. Ik schrik. Hij grijpt mij in mijn kruis. Best wel diep en met zijn volle hand. Ik schrik ontzettend en schreeuw. Hij slaat zijn andere arm om mijn keel. We worstelen. Hij voelt nog een keer. We vallen in de bosjes. Ik voel volledige angst en plas in mijn broek. Hij duwt hard met zijn hand, heel diep. Hij grijpt mij vol in mijn kruis, wil met zijn vinger in het gat van mijn vagina. Dat doet pijn. Hij is heel sterk. Ik krijg een klap op mijn wenkbrauw. Ik probeer hem weg te duwen. Hij probeert zijn hand in mijn kruis te houden en ondertussen klemt hij mij met zijn andere arm vast. Ik stomp hem met mijn elleboog in zijn maag en geef hem daarna een knietje in zijn kruis. Hij schreeuwt en verzwakt even zijn greep. Ik ruk mij los, krabbel overeind en vlucht. Hij komt nog een heel stuk achter mij aan.

De uitspraak

De rechter formuleert het later zo:

Verdachte heeft zich in de vroege ochtend van 5 april 2018 viermaal schuldig gemaakt aan het onverhoeds en tegen haar wil vastpakken van het slachtoffer, en vervolgens het met kracht grijpen in haar met kleding bedekte vagina, dan wel een poging tot het op ontuchtige wijze meermalen betasten van haar lichaam.

Paniekaanvallen

Leonie tekent met pastelkrijt op grijs papier. De putjes in het materiaal vullen zich langzaam met krijt. Alle kleuren zijn voortdurend overschrijfbaar. Langzaam ontstaat er een portret. Josje vertelt dat ze wél meteen weer is gaan hardlopen. ‘Anders train je nooit meer. In het begin wilde ik het liefst alleen zijn, maar ik kreeg voortdurend paniekaanvallen. Die klootzak heeft me mijn zorgeloosheid afgepakt. Ik heb steeds nachtmerries, dat ik in een afgesloten huis zit en niet weg kan.’

Tijdens het tekenen komen er steeds méér herinneringen boven. Josje wordt zeer serieus genomen, ze mag in alle details wijzigingen aanbrengen. Getik van krijt, gezoem van de centrale verwarming, verre geluiden van de telefooncentrale in de hal. Langzaam ontstaat een portret. Aan het eind klinkt het gesis van een spuitbus en ruikt de ‘familiekamer’ naar de geur van fixeerlak.

Josje is best tevreden over het eindresultaat. Ook Leonie is content. ‘Een geslaagde tekening werkt bij de opsporing beter dan de meest gedetailleerde beschrijving.’

Janneke is opgelucht: haar team kan aan de slag.