Het Vandros-proces tegen Willem Holleeder (7)

Af en toe neem ik in dit weblog relevante teksten van anderen op. Dit keer een mooie samenvatting van Jan Meeus in NRC-Handelsblad van 26 april 2019.

Laatste woord Holleeder

Willem Holleeder tijdens het Vandros-proces. © Illustratie Aloys Oosterwijk
Willem Holleeder tijdens het Vandros-proces.
© Illustratie Aloys Oosterwijk

Willem Holleeder wil niet alles herhalen wat zijn advocaten al hebben betoogd, vertelt hij dinsdag bij zijn laatste woord, op dag 61 van zijn strafzaak. „Alles is wel gezegd.”

Maar ‘de Neus’ heeft nog wel wat “kleine dingetjes”. Hij begint over de mediacampagne die zou zijn georkestreerd door zijn zus Astrid en misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Zijn jongste zus Astrid heeft in de ogen van Holleeder alles “kapot gelogen” om “haar zakken te vullen”.

Het verhaal dat Astrid dit allemaal heeft gedaan om haar familie te beschermen, is volgens Holleeder onzin. “Ze denkt altijd dat iemand anders haar iets wil aan doen. Dat heeft ze haar hele leven gehad. Ze heeft een spin in haar hoofd, zeggen we in de Jordaan. Ze is wappie.”

Het verhaal over de mediacampagne sluit naadloos aan op het pleidooi dat zijn advocaten de afgelopen weken hebben gevoerd. Holleeder is niet het criminele kopstuk dat het Openbaar Ministerie in hem ziet. Integendeel. Volgens zijn advocaten Sander Janssen en Robert Malewicz is Holleeder het slachtoffer geworden van beeldvorming. Dat beeld van de ‘topcrimineel’ is ontstaan in de media, door sommige criminelen uit eigenbelang gecultiveerd en uitvergroot, en daarna door het OM als waarheid gepresenteerd, zo stellen Janssen en Malewicz.

Zondebok

Holleeder is in de versie van de feiten van Janssen en Malewicz geen moordenaar en ook geen psychopaat, hij is een zondebok. Een man die door zijn imago door andere criminelen dingen in zijn schoenen geschoven kreeg om zo de aandacht van justitie en politie af te leiden. Daardoor hebben niet alleen opsporingsinstanties een vals beeld van Holleeder gekregen. Ook in het criminele milieu en binnen zijn eigen familie is een vals beeld van de Neus ontstaan. Het gevolg is een vicieuze cirkel, waarbij getuigen die zijn gehoord het onjuiste beeld van Holleeder hebben bevestigd en versterkt.

Ter onderbouwing van deze redenering hebben Janssen en Malewicz intensief en langdurig onderzoek gedaan naar de verhoudingen binnen de Amsterdamse onderwereld. Wie kende wie? Welke allianties waren er? En waarom raakten oude vrienden met elkaar gebrouilleerd? Het is een complexe, allesbehalve eenduidige geschiedenis. Nadat Holleeder in 1992 zijn celstraf had uitgezeten voor zijn rol bij de ontvoering van biermagnaat Freddy Heineken heeft hij in die onderwereld een niet onbelangrijke rol gespeeld.

Holleeder raakte midden jaren negentig bevriend met Wim Endstra, een vastgoedbaron met goede contacten in de bovenwereld én in de onderwereld. Endstra investeerde tientallen miljoenen crimineel geld in vastgoed en gebruikte zijn vriend Holleeder als een grensbewaker tussen zijn eigen wereld en het criminele milieu.

De vriendschap tussen de vastgoedbaron en de Heinekenontvoerder bleef onder de radar totdat eind 1999 een conflict ontbrandde over het geld dat door criminelen bij Endstra was gestald. Toen kwamen er, volgens de advocaten, machinaties op gang die hebben geleid tot de beeldvorming.

Cruciaal is een aanslag in februari 2002 op het leven van John Mieremet, een beroepscrimineel met wie Holleeder jarenlang zeer amicaal omging. Mieremet werd voor het kantoor van zijn advocaat op de Amsterdamse Keizersgracht onder vuur genomen. Ondanks zware verwondingen overleefde hij de schietpartij. In de lezing van Mieremet was de aanslag het werk van Holleeder, die hem miljoenen euro’s had afgetroggeld, samen met Stanley Hillis en diens rechterhand Dino Soerel.

Een half jaar na de aanslag deed Mieremet zijn verhaal in een veelbesproken interview in De Telegraaf met misdaadjournalist John van den Heuvel. Daarin omschreef hij Wim Endstra als „de bankier van de onderwereld” en Willem Holleeder als „zijn bewaker”.

Valse informatie

Volgens advocaten Janssen en Malewicz was het interview een doelbewuste poging van Mieremet om valse informatie te verspreiden. Misinformatie die Holleeder in een kwaad daglicht moest stellen en Endstra onder druk zette om het geïnvesteerde vermogen van Mieremet uit te betalen. Na het interview en de publicatie van de befaamde foto van Endstra en Holleeder op een bankje kwam de vastgoedbaron klem te zitten tussen Mieremet en Holleeder.

De vastgoedbaron stapte in het voorjaar van 2003 naar de recherche en deed een boekje open over afpersing en de verhoudingen in de onderwereld. In die gesprekken schetste Endstra een conflict tussen Mieremet aan de ene kant en Holleeder aan de andere kant. Een jaar later, in mei 2004, werd Endstra voor zijn kantoor geliquideerd. Het is een van de moorden waarvoor Holleeder door het OM verantwoordelijk wordt gehouden. Dat geldt ook voor de aanslag op Mieremet in 2002 en diens liquidatie in 2005.

Tegenover de recherche vertelde Wim Endstra dat Holleeder niet alleen opereerde. Volgens de vastgoedbaron vormde Holleeder een driemanschap met Stanley Hillis en Dino Soerel. Inderdaad, de twee mannen met wie Holleeder ook Mieremet miljoenen zou hebben afgetroggeld.

In Holleeders versie is Mieremet degene geweest die Endstra inprentte dat er sprake was van een driemanschap. Mieremet is de „oerbron” van dit verhaal, zo hield advocaat Janssen de rechtbank voor. Mieremet vertelde dat verhaal ook aan andere criminelen, met als gevolg dat „het driemanschap” een eigen leven is gaan leiden, zo menen de advocaten.

Dat verhaal heeft het OM versterkt bij de vervolging van Holleeder voor afpersing van onder anderen Endstra. Hoewel Hillis en Soerel daar niet terechtstonden, is het beeld van het driemanschap daar in de ogen van de verdediging stelselmatig bevestigd. Al was het maar omdat tijdens dat proces zoveel waarde is toegekend aan de woorden van Endstra. Holleeder werd in die zaak veroordeeld tot negen jaar cel voor afpersing van onder anderen Endstra en hasj- en vastgoedhandelaar Kees Houtman, een oude compagnon van Mieremet.

Raketaanslag

Holleeder heeft tijdens die afpersingszaak nooit verteld dat het verhaal over de afpersing van Endstra door het driemanschap uit de koker kwam van Mieremet. De advocaten van Holleeder lijken te suggereren dat hun cliënt tijdens dat proces de waarheid niet kon vertellen. Mieremet was weliswaar vermoord, net als Endstra en Houtman, maar op de achtergrond speelde Holleeders partner Hillis nog altijd een grote rol in de onderwereld.

Afgelopen jaar heeft Holleeder zelf gesuggereerd dat Hillis en Soerel achter de raketaanslag zaten op ‘de Bunker’, de zwaar beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp, op de eerste dag van het afpersingsproces in 2007. Die aanslag was in de woorden van Holleeder “een boodschap”: Willem moest zijn mond houden. Daarom heeft hij indertijd een ander verhaal verteld dan in de afgelopen periode.

Advocaten Janssen en Malewicz stellen dat het Stanley Hillis is die de rol van Holleeder in de onderwereld groter heeft gemaakt om zelf onzichtbaar te blijven. Sterker nog: zij suggereren dat het Hillis is geweest die belang had bij ten minste vier moorden waarvan Holleeder nu wordt beschuldigd.

Er is nog een ander punt waarover Holleeder tijdens het afpersingsproces niet de waarheid sprak. Holleeder hield indertijd vol dat hij zelf geen geld bij Endstra had geïnvesteerd. Maar bij aanvang van de strafzaak rond de vijf liquidaties waarvoor hij nu terecht staat, beaamde Holleeder dat hij wel degelijk geld bij Endstra had geïnvesteerd. Van de 10 miljoen gulden (4,5 miljoen euro) die Holleeder had overgehouden aan de Heinekenontvoering, investeerde hij 8 miljoen bij Endstra.

Volgens Holleeder heeft hij indertijd niks gezegd over dat geld in het belang van zijn zus Sonja. Zij werd indertijd verdacht van het witwassen van de erfenis van haar partner Cor van Hout die in 2003 is vermoord. Cor en Willem waren jeugdvrienden en zijn samen met twee anderen verantwoordelijk voor de ontvoering van Heineken.

Astrid zou haar zus Sonja bij het witwassen van die criminele erfenis hebben geholpen. In de woorden van de Neus kon hij indertijd niks zeggen over zijn geld bij Endstra, omdat dan de waarheid over het Heinekengeld boven tafel was gekomen. “Dan was Sonja alles kwijt geweest.”

Mediacampagne

Daar waar Willem zich ten opzichte van zijn zussen opstelde als altruïst, zouden Astrid en Sonja zich bij hun verklaringen tegen hun broer hebben laten leiden door financieel eigenbelang. Volgens Janssen en Malewicz beschuldigen Astrid en Sonja hun broer om hun eigenbelang in dat witwasonderzoek te verhullen. “Daar zijn zij begonnen de geschiedenis te herschrijven”, aldus Janssen. Hun verhaal dat Holleeder zijn oude maatje Cor van Hout heeft laten vermoorden om daarna zijn geld af te pakken, hebben Astrid en Sonja verzonnen uit eigenbelang, aldus Janssen. “En niet omdat ze zo bang zijn voor hun broer.”

Via een uitgekiende mediacampagne hebben zussen Astrid en Sonja het toch al niet zo fraaie beeld van de veroordeelde ontvoerder en afperser Willem Holleeder verder ingekleurd en zetten ze Holleeder weg als een “klootzak” en een “psychopaat” die zijn neefje een pistool op het hoofd zou hebben gezet. De zussen hebben die familieverhouding volgens Janssen neergezet “als een magistraal drama”. Veel van die verhalen over de familie zijn volgens Janssen nauwelijks te controleren maar vormen wel “het cement” van de zaak tegen hun broer Willem.

De vraag of het mogelijk is dat zij niet de waarheid spreken, heeft het OM in de visie van Holleeders advocaten onvoldoende getoetst. Voor ontlastende verklaringen of alternatieve scenario’s heeft het OM geen oog, aldus Janssen. “Het OM doet aan cherry picking.”

Dat geldt ook voor de belangrijkste getuigen: Peter la Serpe en Fred Ros, twee mannen die hebben bekend dat ze betrokken waren bij twee liquidaties en in ruil daarvoor een kroongetuigendeal hebben gesloten. Dat zijn volgens Janssen “gekochte” getuigen die vrijwel niets verifieerbaars over Holleeder als de opdrachtgever van liquidaties hebben verklaard.

De kroongetuigen zijn, net als heel veel andere getuigen, gekleurd door het beeld dat al bijna twintig jaar van Holleeder bestaat. Een beeld dat volgens de stellige overtuiging van Janssen en Malewicz niet klopt. Daarom moet de rechtbank de mythe rond Willem Frederik Holleeder doorbreken en hem vrijspreken van de vijf moorden waarvan hij wordt verdacht.

Volgens de planning doet de rechtbank uitspraak op 4 juli van dit jaar.

Aldus Jan Meeus in NRC-Handelsblad van 26 april 2019