Hoe werkt een O.C. van de Nationale Politie?

Waakzaam en dienstbaar. Nederland veiliger maken, dat is het doel van de politie.’  

Bron: Website Nationale Politie.

‘Alarmlijn Politie’

Lente 2018, zaterdagmiddag 14:15 uur, ergens in het Operationeel Centrum van een van de tien regionale eenheden van de Nationale Politie. Een koffiehoek buiten het oc zélf. Ik zit als waarnemer bij de overdracht van de ochtend- naar de middagdienst, de ‘warme’ briefing. Zeven mannen en vijf vrouwen rond de tafel. De helft schat ik jonger dan dertig. Twee van hen hebben een migratie-achtergrond. Deze twaalf centralisten zullen de middagshift draaien.

‘Vuurwapengevaarlijk’

De Officier van Dienst, een indrukwekkend besnorde veertiger, heeft een lijstje met aandachtspunten. Over een half uur begint er in Arnhem een Pegida-demonstratie. De ovd verwacht uitstraling naar onze regio. Bij een zoeking in een wietloods in Elsendorp deze morgen bleek er 220 Volt te staan op de stalen tralies voor de ramen. Hij benadrukt dat aansturing ervoor moet zorgen dat de patrouilles die ze naar verdachte wietlocaties sturen op de hoogte zijn. Zijn laatste opmerking voor het sluiten van de briefing klinkt als een onbelangrijk tussendoortje, maar ís het niet: ‘Oh ja, die donkere jongen van die schietpartij vanochtend in Haaren is nog steeds niet gepakt. Hou ‘t in de gaten. Vuurwapengevaarlijk. Geweldpleging en mishandeling. Kijk het nog even na in de koude briefing.’ 

De taken worden onderling verdeeld. De ovd turft de namen en noteert wie vandaag gaat voor aanname en wie voor aansturing. Uit de discussie begrijp ik dat aansturing de meest intensieve dienst is. Een centralist bij aansturing mag maximaal drie diensten achter elkaar draaien. Later begrijp ik waarom.

‘Ik heb een overdosis met pillen, ambulance rijdt met spoed, u graag ook.’

Eenmaal binnen in het met digitale toegangspasjes beveiligde oc valt op hoe geconcentreerd er gewerkt wordt. De ruimte is verdeeld in drie secties onder verantwoordelijkheid van de ovd. De brandweer en de ambulancedienst beschikken elk over 3 meldtafels en opereren zelfstandig.

De politiecentralisten zijn verdeeld over 6 tafels voor aanname en aansturing. Aan iedere tafel werkt één centralist. Bij aanname gaat het om de telefonische meldingen die via het alarmnummer 112 en het landelijke ‘geen spoed’-politienummer (0900-8844) vierentwintig uur per dag binnenkomen. Ook komen daar de telefoontjes binnen van collega’s die zich inmelden voor de komende dienst. Aansturing doet de ‘uitgifte’: daar sturen de centralisten de patrouilles naar de meldingen.

‘Heeft de verdachte een strafblad?’

Achterin staan nog eens 6 tafels voor het realtime-intelligence-centre, het rtic. Na een half uur bij hen achter de tafels begrijp ik dat deze centralisten een klasse apart vormen. Zelden heb ik mensen zo snel en doelgericht zien werken. Er wordt weinig gesproken, een blik is genoeg. De specialisten ondersteunen de agenten die tijdens hun dienst op straat actief zijn in de noodhulp en leveren gevraagd en ongevraagd informatie. ‘Het is regelmatig van levensbelang dat politiemensen snel weten met wie ze te maken hebben.’

Deze informatiespecialisten kunnen meer dan veertig softwaresystemen raadplegen, allemaal systemen die niet voor het gewone publiek toegankelijk zijn. Daarnaast natuurlijk open bronnen als Google, Facebook en Twitter. Al die informatie komt in het rtic samen. De streeftijd is vijf minuten, maar vaak is de belangrijkste info al binnen 30 seconden beschikbaar. Een foto, een profiel: heeft iemand een strafblad? Is er sprake van belastingschulden of openstaande boetes? Gaat het om een ovp-tje? Of een veelpleger? Is de verdachte vuurwapengevaarlijk?

‘Hoe sneller en hoe meer de patrouille op hoogte is van een situatie, én van een eventuele verdachte, hoe beter en veiliger ze hun werk kunnen doen.’

‘Je moet zakelijk blijven. Dat is je werk.’

‘s Avonds zit ik bij aanname. Ondanks de zaterdagavond valt de drukte mee. De centralist is een vrouw van begin veertig, klein van stuk, de rust zelve. ‘Zeg maar Linda.’ In het oc werkt een mix van buitengewoon opsporingsambtenaren, ervaren agenten met straatervaring en zogenaamde combi-centralisten, agenten die zowel op straat als in het oc werkzaam zijn. Linda is een meldkamervrouw pur-sang. Na haar opleiding werkte ze zeven jaar als verpleegkundige. Met haar twee dochters ondertussen op de basisschool volgde ze negen maanden de opleiding voor centralist. Na drie ‘tropenjaren’ in de sectie van de ambulancedienst werd Linda zij-instromer bij de politie. Inmiddels is ze senior centralist en 11 jaar bij de politie.

‘Ik hou van afwisseling en adrenaline. Chaos daagt me uit. Als ik daar orde in kan scheppen, dan voel ik me prettig. Dankzij mijn medische ervaring weet ik in welke ellende mensen kunnen terechtkomen. Soms voel je je op zo’n moment machteloos omdat je op afstand zit. Dan wil je door de telefoon kruipen en handelen. Dat zijn moeilijke minuten, maar je moet zakelijk blijven. Dat is je werk.’

‘Het opstarten van een Boeing gaat sneller.’

Linda gaat opstarten. Deze tafel is twee uur uit de lucht geweest door een technisch probleem. Het is 14:40 uur. Ik kijk naar de zeven beeldschermen. Het Geïntegreerd Meldkamer Systeem gms draait op Windows 7. Ze glimlacht. ‘Het opstarten van een Boeing gaat sneller. Je moet inloggen met je persoonlijke code en je np-stamnummer, alleen dán kan je kentekens en personalia opvragen. Als je in het oc in de privé-sfeer iets flikt, is dat direct traceerbaar. Letterlijk álles wordt gelogd.’

We wachten. Verderop hoor ik flarden van gesprekken aan de andere twee aannametafels.

‘Inbraak woning heterdaad, de hond gaat nu naar binnen.’

‘Lijkvinding Singel ter hoogte nummer 155 bevestigd: melder doorsturen naar hap, arts op pad.’

Ondertussen vertelt Linda wat meer over het systeem. Haar stem klinkt nog steeds enthousiast na al die jaren. ‘Het gms kan heel veel tegelijk. Meldingen aannemen, verwerken en uitgeven. Je ziet op alle aangesloten werkstations dezelfde informatie, in realtime. Terwijl ik de melding aanneem en verwerk, kan aanname meelezen en direct eenheden aansturen. Ook andere hulpdiensten kunnen realtime meelezen. Het plotsysteem verwerkt ook de terugkoppelingen van de eenheden op straat. Je weet wel, spraakaanvragen, verzoeken om informatie, noodoproepen, dat soort zaken.’ Linda wijst naar het vijfde beeldscherm van links.

‘Het kaartsysteem is net zoiets als Google Maps. Je kunt straatnamen zien, huisnummers, gps-coördinaten, de locaties van de eenheden, luchtfoto’s, je kunt het zo gek niet bedenken. Behalve 112 en 8844 komen ook alle interne lijnen hierop binnen. Als het rode statuslicht boven de tafel brandt mogen ze niet storen, dan ben je in gesprek. En je hebt natuurlijk BlueView, daar kun je op trefwoord de bvh‘s van alle politie-eenheden doorzoeken. Een soort ‘Google Search’, maar dan alleen voor de politie. Maar goed, dat ken je allemaal.’

‘2303; springer Jheronimustoren 18e verdieping: is genomen, we gaan ter plaatse.’

‘Spookrijder A2, richting Zuid bij Drielsche Wetering, wordt gevolgd.’

Alle schermen vertonen nu beeld. Sommige eenheden op de gedetailleerde kaart van de omgeving op het tweede beeldscherm van rechts veranderen van positie. Alles werkt. Linda pakt haar headset van de oplader en zet hem op. ‘Ons communicatiesysteem hoort niet afluisterbaar te zijn, tenminste, dat zeggen de bazen in Den Haag, zelfs het ministerie houdt dat vol’. Ze schudt haar hoofd. ‘Ik vraag het me oprecht af. Het personeelssysteem houdt niet bij of agenten die uit dienst treden hun portofoon wel hebben ingeleverd. Die software is niet gekoppeld aan het systeem waarin die porto is geregistreerd. Vorig jaar is er door een Limburgse agent nog eentje doorverkocht. Kreeg ie twee-en-een-half duizend euro voor. Kon de koper stiekem meeluisteren met de recherche en de meldkamer.’ 

‘Even rustig blijven. Ik ga u een paar vragen stellen.’

Even later. Linda beoordeelt een melding en bepaalt op basis van prioriteit welke collega’s ze naar de locatie van de melding stuurt. Het avls, het automatisch voertuig-volg-systeem, toont exact waar alle eenheden op straat zijn. Er belt een getuige van een woninginbraak. Ze is slecht verstaanbaar, praat warrig en opgewonden. De vrouw heeft vanuit haar auto iemand zien binnendringen aan de achterkant van een woning. Linda wil weten waar ze is. Dat weet ze niet, ja in de buurt van de Noorderplas. Nee, ze ziet nergens een straatnaambord, het is stikdonker. ‘Ik ga u een link sturen, als u die accepteert kan ik zien waar u bent.’ Haar collega bij aansturing ziet de gps-coördinaten op zijn scherm en knikt, er is een eenheid onderweg. Prio 2. De bijrijder vraagt of het oc “de melding wil doorzetten”. Dat betekent dat ze in hun eigen systeem in de patrouillewagen door kunnen werken.

Hoe zag die meneer er uit?’ Bij stukjes en beetjes ontstaat er een signalement, de verbinding valt telkens weg. Rond de dertig, mager, kort donker haar, drie-dagen-baard (later blijkt bij terugluisteren dat ze gezegd heeft: ‘méér dan drie-dagen-baard’). Linda heeft op basis van de modus operandi (‘inklimmen via een bovenlicht’) het sterke vermoeden dat de dader een bekende veelpleger is en vraagt de belster in de auto te blijven zitten tot de collega’s gearriveerd zijn. De vrouw roept “dat ie misschien nog binnen is”. De verbinding blijft open. Het is wachten tot de eenheid ter plaatse is. ‘Nu gaat het nog, maar soms heb ik geen patrouille beschikbaar. Belachelijk voor een stad met ruim 150.000 inwoners.’

Spoedeisende inzet, geen levensbedreigende situatie

De meldingen die bij aanname in een oc binnenkomen krijgen direct bij binnenkomst een specifieke prioriteit:

  • Prio 1: levensbedreigende situatie. Binnen 15 minuten moet er een eenheid ter plaatse zijn. Toestemming voor PTST: aanrijden met ‘toeters en bellen’.
  • Prio 2: Spoedeisende inzet, geen levensbedreigende situatie. Reactietijd: < 30 minuten.
  • Prio 3: Directe inzet. Minder ernstige zaak. Reactietijd: maximaal 45 minuten.
  • Prio 4: Ter kennisname. Reactietijd: maximaal 24 uur, of er wordt een afspraak met de melder gemaakt om de melding te bespreken.

Naast deze prio-meldingen hebben de centralisten de taak patrouillerende politie-eenheden te voorzien van informatie. Zo behandelt de centralist informatieverzoeken over kentekens, voortvluchtige personen en belangrijke telefoonnummers. Ook ontvangt de meldkamer de live camerabeelden van een politiehelikopter in haar gebied en stuurt zij andere hulpdiensten naar een incident. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan de technische recherche, sleepdiensten, de dierenambulance of Rijkswaterstaat.

‘Hollen of stilstaan’

Linda kan er nog kwaad om worden. ‘Vorige week donderdag was het helemaal een puinhoop. Koopavond. Ik had net mijn brood op. Kwam er 19.39 uur een terreurmelding: “Moslimterrorist schiet in winkelcentrum Wagnerplein in Tilburg 20 mensen neer.” Een splitsecond was het doodstil in het OC. Daarna was iedereen in opperste staat van alarm, alle lijnen bezet. In Driebergen luistert de Landelijke Meldkamer 24/7 mee. Zij reageren bij zo’n ‘rode knop-incident’ meteen en sturen de dsi op weg. Als eerste een rrt met meer materiaal en lange wapens. Zodra er zoiets heftigs gebeurt blijven de ‘gewone’ meldingen liggen, dan moeten we gaan ‘stapelen’. Dat kan niet anders.”

‘Vergeten door te geven’

Zes minuten later bleek het een oefening van de Tilburgse politie te zijn, hadden ze vergeten door te geven aan de andere regionale eenheden. Dan baal je vreselijk. Had iemand zijn leven kunnen kosten.’ Ze zucht opnieuw. ‘De rest van de dienst waren er nauwelijks meldingen, gelukkig maar. Mijn hoofd stond nergens meer naar.’