Skip to content

Maarten Severyn (1966)

Maarten Severyn is een lange, magere man met grijsblond, steeds dunner wordend haar en blauw-groene ogen. Hij oogt jonger dan zijn leeftijd, is volbloed Fries, geboren in 1966 in Harlingen. Hij groeit op als jongste van drie broers. Zijn vader is visserman, net als diens twee oudste zoons. Maarten heeft niets met de zee en kiest zijn eigen weg, tegen de wens van zijn vader. Na zijn opleiding aan het atheneum van de RSG Simon Vestdijk gaat hij rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens zijn propedeuse besluit hij dat hij geen advocaat wil worden. Hij stapt over naar een meer praktijk gerichte studie: de Nederlandse Politieacademie in Apeldoorn. Het lukt hem om naast de studie in Apeldoorn in deeltijd in twee jaar zijn bachelor rechten te halen, ‘om zijn ouders een plezier te doen’.

Zijn vader verdrinkt

Op donderdag 25 januari 1990 slaat zijn vader voor de kust van IJmuiden overboord. De zware zuidwesterstorm is met windkracht 12 een van de ergste in honderd jaar. Het weg- en treinverkeer wordt ontwricht door omgewaaide bomen, vernielde bovenleidingen en defecte spoorwegovergangen. Duizenden reizigers stranden in de grote steden en moeten daar noodgedwongen de nacht doorbrengen. Het lichaam van Rinne Severyn spoelt aan op vrijdag 26 januari, Maartens 24ste verjaardag. In datzelfde jaar wordt hij benoemd tot adjunct-inspecteur bij Bureau Warmoesstraat in Amsterdam.

Voor het eerst gewond

Vier jaar later, op zaterdag 9 juli 1994, wordt Maarten bij een vechtpartij in de rosse buurt neergestoken door een 18-jarige Amsterdammer van Marokkaanse afkomst. Het is de eerste keer dat hij in actieve dienst gewond raakt. Op maandag 31 maart 1997 trouwt Maarten met Anne Wesselink. Hij is dan 31, Anne 27. Na ruim tien jaar in de Warmoesstraat, waarvan de laatste vier als inspecteur bij Jeugd en Zeden, en zijn promotie tot hoofdinspecteur wordt hij in 2006 Chef van het Bureau Zware Criminaliteit. In de periode die volgt is hij als onderhandelaar lid van het Crisis Onderhandelingsteam (cot) van Politie Amsterdam-Amstelland. Op een woensdag in oktober 2014 slaat het noodlot opnieuw toe.

De minister geeft opdracht in te grijpen

‘Je doet het onderhandelen naast je gewone werk, 24/7, het is slopend. Het gebeurde tijdens een uit de hand gelopen gijzeling. Het werd mijn laatste klus. De man heette Loman. Hij hield zich schuil in een bordeel aan de Ruysdaelkade, had een prostituee doodgestoken. Twee andere hoertjes had hij gegijzeld, niks meer te verliezen. We onderhandelden achttien uur aan een stuk. Uiteindelijk zijn die twee vrouwen uitgeruild tegen een vluchtauto met een politiechauffeur, Deen Hagen. Talentvolle jongen, nog maar kort bij het team. Loman wilde de grens over, daar zou hij Deen vrijlaten en de auto meenemen. Het ging goed tot vlak voor Roosendaal. Den Haag liet ’m stuklopen op een afzetting, de auto werd gedwongen te stoppen. Loman begreep dat-ie nooit meer weg zou komen en dreigde Deen te vermoorden. De minister gaf opdracht in te grijpen. Precisieschutters van de bijzondere bijstandseenheid waren al ter plekke. Ik kon ze niet tegenhouden. Het ene schot doodde Loman, het tweede raakte Deen, in zijn achterhoofd. Een puinhoop. De resultaten van het onderzoek naar de schuldvraag en de gang van zaken rond de besluitvorming zijn nooit openbaar gemaakt.’

Demotie op eigen verzoek

Na een onbetaald verlof besluit Maarten terug te treden als chef van de afdeling ZwaCri. In augustus 2015 gaat hij met behoud van rang weer aan het werk als tactisch rechercheur in het reguliere onderzoek.

Anne

Op woensdag 26 oktober 2016 gaat het voor de derde keer in Maartens leven vreselijk mis. Zijn vrouw Anne, de liefde van zijn leven, wordt doodgereden door een dronken automobilist. Maarten, nu weduwnaar, is dan 50 jaar.

‘Maarten dacht na, aarzelde. Zou hij wel, of niet? Hij moest. Hij liep naar zijn werktafel. De plank links boven, met de rode albums. Hij pakte het laatste deel, wist wat hij zou zien. De foto stond in zijn hersens geëtst. Ringband, rood leer, karton en mat cellofaan. Hij sloeg het open. De laatste pagina. Anne.

Zijn liefde keek naar de fotograaf, over haar rechterschouder, de haren nat, zo uit zee. Ze lachte uitnodigend, zei ja voor altijd. Ze wilde haar leven delen, met hem, voor altijd. Met grappen en grollen, met serieuze discussies, met ruzies en conflicten. Hij zag hoe ze keek, naar hem, naar die lange, steile Fries, en begon te huilen. Voor het eerst sinds lange tijd. Weer. Nog steeds. Hij hoopte dat er niemand zou bellen, hij zou geen woord kunnen uitbrengen. Maarten kleedde zich uit, ging onder de douche en kalmeerde langzaam.’

Een geboren politieman

Maarten is een geboren politieman en getrouwd met zijn werk. Hij is besluitvaardig, maar op zichzelf, leeft in zijn eigen wereld. Een loner met een eigen agenda en soms anti-autoritaire, vrijheidslievende ideeën. Hij heeft een goed psychologisch inzicht in mensen en een enorme ervaring, maar eigengereid en eigenwijs. Hoewel hij soms emotioneel kan reageren op de excessen die hij in zijn werk meemaakt, komt hij normaal gesproken wat koel en afstandelijk over. Zijn tactiek is onvoorspelbaar en het is moeilijk om erachter te komen wat hij precies denkt. Maarten is gewend om de onzekerheid die zijn optreden meestal veroorzaakt in zijn voordeel te laten werken. Hij hecht aan eerlijkheid en voelt de ‘beloftes’ die hij aan het team doet, als hoogste goed. Hij zegt weinig, maar behoudt als geduldig analyticus te allen tijde overzicht en houdt de controle.